Nederlandse patiënt kan voor nieuwe behandeling of medicijn beter naar Duitsland verhuizen, dat is de kop van het artikel in het Algemeen Dagblad van 10 juni 2026.
Nederlandse patiënten krijgen veel later toegang tot nieuwe medicijnen dan patiënten in andere landen. Van 51 behandelingen die in Nederland wachten op toelating, zijn er in buurland Duitsland al 48 beschikbaar.
Kankermedicijnen
Het gaat voor het overgrote deel om kankermedicijnen. Nederland heeft die als het ware in de wachtkamer gezet: de ‘sluis’ genoemd. Daarin zitten geneesmiddelen die wel door het Europese Geneesmiddelenbureau (EMA) zijn goedgekeurd, maar die de Nederlandse overheid vanwege de hoge kosten van het medicijn eerst in de sluis plaatst.
Opvallend is dat hierdoor in Duitsland in elk geval twee geneesmiddelen tegen de ziekte van Kahler (beenmergkanker) op de markt zijn die in Nederland nog niet verkrijgbaar zijn, terwijl ze in nauwe samenwerking met Nederlandse ziekenhuizen zijn ontwikkeld. Deze twee geneesmiddelen zorgen ervoor dat de kanker bij de patiënt langer rustig blijft. Ook de kwaliteit van leven neemt toe.
655 dagen
De vertraging in Nederland ontstaat doordat middelen in de sluis eerst opnieuw worden onderzocht. De overheid toetst of het medicijn toegevoegde waarde heeft ten opzichte van bestaande behandelingen en of de gezondheidswinst opweegt tegen de prijs. Daarna vinden prijsonderhandelingen plaats. De gemiddelde tijd die medicijnen in de sluis doorbrengen is volgens het laatst bekende cijfer 655 dagen, oftewel een jaar en negen maanden.
In Duitsland komt het middel vrijwel meteen na goedkeuring door de EMA op de markt. Onderhandelingen over de prijs beginnen pas daarna, en er is een maximumtermijn voor de onderhandelingen afgesproken van een half jaar. In die tijd komen de onderhandelaars er vrijwel altijd uit, zegt voorzitter Mark Kramer van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen. De vereniging liet het onderzoek uitvoeren voor middelen die van haar leden in de sluis staan.
Groot verschil Duitsland en Nederland
Volgens Kramer is het verschil met Duitsland een ‘te groot verschil’. „Het past in een trend dat het steeds langer duurt voordat medicijnen beschikbaar komen. Daarnaast zien we dat prijsonderhandelingen in Nederland steeds vaker niet tot overeenstemming leiden.”
Kramer zegt dat het goed is dat er stevige prijsonderhandelingen worden gevoerd, maar stelt ook dat de onderhandelingen tot nu toe niet leiden tot enorme prijsverschillen ten opzichte van de prijs die buurlanden betalen voor medicijnen.
Of het gebrek aan nieuwe medicijnen in Nederland levens kost, wordt pas over een paar jaar duidelijk, zegt Kramer. „Als een tumor langer in remissie blijft, weten we dat pas later. Ook wordt dan duidelijk wat het effect is als de kwaliteit van leven verbetert of als er minder bijwerkingen zijn.”
Bronvermelding: Algemeen Dagblad
